Als 17-jarige had ik het moeilijk met mijn alleenstaande moeder. Ze had weinig sociale contacten – allemaal verwaterd na bijna vijftien jaar in haar eentje twee kinderen opvoeden. Mijn broer woonde inmiddels bij mijn vader. En daar was ik nog: haar keurige gymnasiaste die precies begreep wat ze nodig had, haar luisterend oor. Haar wereld. Ja, eigenlijk de enige die ze om zich heen kon en wilde hebben. Het greep me naar de keel, ik voelde me verantwoordelijk, ik wilde weg. Ik ging. Ze liet me gaan. Ze zag niet om in wrok. Ze claimde me niet. Ze redde zichzelf en bleef gewoon mijn moeder, nu wat meer op afstand. Ik mopperde in die tijd weleens op haar, op hoe ze dingen had aangepakt in mijn jeugd, met mij. Had dat niet beter gekund?

Lees hier het hele Artikel Psychologie Magazine: Waarom dochters niet zonder moederliefde kunnen