‘Vaak schiet ik ’s ochtends om zes uur wakker met in mijn hoofd alle dingen die ik nog moet doen. Die gedachten malen de hele dag door. Daar word ik zo moe van dat ik ’s avonds na mijn werk vaak alleen nog maar uitgeput op de bank kan hangen.’ Als ik mezelf dit hoor vertellen tegen een vriendin, schrik ik: getver, dat vreugdeloze, tobberige mens, ben ík dat? Terwijl ik geen reden heb tot klagen; sinds twee jaar heb ik de baan die ik altijd al wilde. Maar ik loop vaak zo te piekeren of ik mijn werk wel goed doe, dat ik er helemaal niet van kan genieten. Ik herken het van eerdere banen; op de een of andere manier lukt het me niet om ontspannen te zijn op mijn werk − straks doe ik iets fout, en dan ontslaan ze me − waardoor ik stukje bij beetje mijn werkplezier verlies. Bovendien raak ik door dat stomme getob niet alleen het plezier in mijn fijne baan kwijt, maar ook in de rest van mijn leven. Want in mijn vrije tijd, op de bank met een boek, of in de sportschool, pieker ik erover door…’

Lees het hele Artikel Psychologie Magazine: Geen klein meisje meer